Zondag 14 oktober
- Aangekomen op de luchthaven van Mombasa denk ik naar de WC te moeten,
maar dat anti-diarree-pilletje van Wendy werkt héél goed. Op het
herentoilet staan drie Kenianen: de ene wijst je een toilet zodra dat
vrijkomt, de tweede wijst je naar een fonteintje zodra je het toilet
weer uitkomt, en de derde geeft je papier aan om je handen mee af te
drogen. En alledrie houden ze hun hand op als je klaar bent. Helaas heb
ik nog geen shillings en ik geef ze dan alledrie maar een euro. Dat is
in ieder geval niet aan de karige kant.
- Naar het Reef hotel. Daar nog even geslapen. Vervolgens ontbijt. Het
ontbijt is goed. We gaan zwemmen in het zwembad. Ik smeer me goed in
voordat ik in het water duik, want ik verbrand makkelijk.
- Bij het zwembad is een bar waar je aan kunt gaan zitten terwijl je nog
half onder water bent. De cocktail van de dag is "dawa" en hij is erg
lekker, zelfs om 10:00 uur 's morgens. Ik probeer een paar woorden Swahili
te spreken met de meneer achter de bar, maar hij spreekt in zo'n hoog
tempo terug dat ik er geen chocola van kan maken.
- Het strand is dichtbij. We lopen erheen en worden lastiggevallen door
verkopers die ons sleutelhangers willen aansmeren. Nee, geen interesse,
misschien morgen. De zon staat hoog en brandt. Ik ga weer terug naar het
hotel.
- 's Middags ook weer geslapen. Er stond voor vandaag toch niets speciaals
op het programma. Toch verbrand, en niet zo'n beetje ook. Waarschijnlijk
te snel in het zwembad gesprongen na het smeren.
- 's Avonds gebiljart met Pim. De medewerker van het hotel, DJ, vraagt 50
shilling voor het vrijgeven van de ballen. Ik betaal met honderd en hij
geeft me niet direct wisselgeld. Misschien wil ik immers nog een potje
spelen, zo is zijn redenering. En zo niet, dan krijg ik alsnog m'n 50
shilling terug. Uiteindelijk blijkt dat ook zo te gaan. Toch ben ik
niet gecharmeerd van zijn werkwijze.
- DJ en Pim tafeltennissen ook nog met elkaar, en Berryl mag ook een
balletje slaan.
- Er is nog een show 's avonds op het terras, maar daar blijven we niet meer
voor op: het is te laat en we zijn te moe.
- Als ik op de kamer ben, wordt er geklopt: twee medewerkers van het hotel
vragen me of ze bij mij op het balkon mogen, want de mensen in de kamer
naast me hebben zich op het balkon buitengesloten. Als we met z'n allen op
het balkon staan stellen m'n twee buurdames voor om maar over het balkon
te klimmen naar het mijne. Hevig geschrokken reageren de hotelmedewerkers:
nee, nee, natuurlijk niet, veel te gevaarlijk. Ze zouden wel iemand met
een schroevendraaier laten komen. Als deze gekomen is, klimt hij wel
vrolijk over de reling naar het balkon van de twee dames.
- Gelukkig hebben de kamers klamboes en airconditioning. De airco kan maar
op één stand. 's Nachts als ik eruit moet krijg ik heel even het idee dat
het fris is met de airco aan, maar na een toiletbezoek is de slaapkamer
al weer zoveel opgewarmd dat ik besluit de airco weer lekker aan te zetten.
|
|